In de rubriek 'spotlights' belichten we in een interview de andere kantjes van de
carrière van een
bekend
of minder bekend
iemand.
Deze week is dat Johnny Trash.
Een bekend iemand dus.
P.P.:
Eerst en vooral zijn we benieuwd naar jouw
artiestennaam.
We nemen aan dat jij een fan was van die
countryzanger met de nogal gelijk klinkende naam?
J.T.:
Ja, veel mensen denken dat. Zelfs zij die mij wat beter kennen. Maar ook voor hen heb ik altijd iets geheim gehouden.
P.P.:
Vertel!
J.T.:
Tijdens mijn prille jeugd is overal te lande het zogenaamde
sorteren van afval aan een grote opmars begonnen.
Je zal nu denken dat ik daar niet mee mee wilde doen, omdat ik per definitie een
anarchistisch persoon ben, maar de waarheid is veel pijnlijker.
Als je op bepaalde dagen door de straat wandelt, wat ik al eens doe, dan zie je soms
gekleurde bakken staan.
Groen, grijs, geel, ...
En als je - en nu raap ik al mijn moed en nog veel meer bij elkaar om dit hier te
vertellen - die kleuren niet van elkaar kan onderscheiden, dan wordt het heel
moeilijk
...
P.P.:
Dat heet blijkbaar Daltonisme. Het gevolg was ...
J.T.:
Het gevolg was dat ik alles gewoon op een hoopje gooide en
dat gaf een massa ... juist ja ... trash.
Een bijnaam heb je sneller dan je hem kwijt geraakt. En geef toe, Koen Trash ...
daar
geraak je nergens mee!
P.P.:
Dus werd het Johnny Trash, de man die zijn volk humor en country leerde eten en drinken uit hetzelfde bord?
J.T.:
Dat was niet helemaal een vrije keuze. Ik werd er een beetje toe gedwongen.
P.P.:
Zullen we het zo stellen dat je vriendin, of moet ik vrouw zeggen na de Las Vegas-omzwerving, wat tegengewicht zocht voor haar eerder timide bestaan?
J.T.:
Timide is niet het juiste woord, maar ik wil daar niet verder op ingaan. Dat behoort tot de privésfeer.
P.P.:
Dat respecteren wij uiteraard. Ander onderwerp dus ... naast voltijds artiest ben je ook nog part-time hondenbegeleider?
J.T.:
Kwade tongen beweren dat dit gewoon een alibi is om overal in de buurt sociale controle uit te voeren, maar niets is minder waar. Het is in feite het omgekeerde. Ik bedoel ... Kiki wandelt met mij, om ongelukken te vermijden.
P.P.:
Verklaar!
J.T.:
Wie mij al gezien heeft weet dat ik de meest introverte
persoon
ben, die steeds in gedachten verzonken - noem het zelfs een beetje van de wereld -
moeite heeft om op het rechte pad te blijven. Letterlijk dan wel.
Op mijn
tochten is het dus Kiki die er voor zorgt dat we netjes alle obstakels omzeilen en
ook
veilig terug thuis geraken.
Daar ik vrijwel altijd een hoofdtelefoon draag,
hoor ik
ook niet wat er rondom mij gebeurt. Zij wel.
P.P.:
Om op jouw rijke carrière terug te komen. We vissen graag achter een paar
minder
bekende weetjes, die nog nergens in andere interviews zijn verschenen, zelfs niet op
ROB.
Zo heb ik me door onder andere Bart Cannaerts, den Barry, laten vertellen
dat
jij wel een heel speciaal ritueel hebt voor een optreden.
J.T.:
Leek hij lichtjes aangeschoten toen hij het vertelde?
P.P.:
Voor zover we hebben kunnen vaststellen was hij broodnuchter en blijkbaar was het
ook
geen fantasie!
Volgens hem gaat het meestal als volgt ...
Bij het binnenkomen in je loge spreid je op de tafel een grote zuivere
keukenhanddoek om
daarop je hoed te leggen. Niemand mag die aanraken.
Vervolgens scheld je de schminksters de huid vol. Maar die zijn dat gewoon en doen
alsof
het hen niet deert.
Na een tweede sanitaire stop gaat de hoed terug op het hoofd.
Dan babbel je op onverstaanbare wijze met je gitaar, terwijl je ondertussen met je
wijsvinger liefdevol de E-snaar aait.
Twee minuten, exact, voor je het podium opgaat drink je nog snel een Stella 0.0% en
laat
dan duidelijk grote afkeer blijken voor dit product.
Waar daarna, als de lichten aan gaan, de spontane smile vandaan komt is ook voor den
Barry een
raadsel.
J.T.:
Dit ga je toch niet publiceren?
P.P.:
Er is nog altijd zoiets als journalistieke vrijheid!?
J.T.:
Heb je mijn timide vrouw al eens kwaad zien worden?
P.P.:
Neen, maar we willen haar zeker ook eens ontmoeten. Dan maken we er een
dubbel-interview
van!
Voor nu, houden we het hierbij.
Alvast bedankt en nog veel succes met je carrière.
Kan ik je nog iets aanbieden?